SchoK » Geschiedenis » 2014 » Opening


De schoonheid van Schoorl

Laten we het daar maar eens over hebben in het kader van de schone kunsten in Schoorl. Want, lieve mensen, wat is het hier mooi! Mooier kan bijna niet; er zijn geen woorden voor, of het moesten superlatieven zijn.

Bijvoorbeeld: Schoorl beschikt over het hoogste duin en straks ook het breedste strand langs onze westkust. Sommige jaren hebben we zelfs het schoonste strand. De mooiste wandeling van Nederland schijnt die over de Zeewering naar de Mennonietenbuurt en dan langs de Hazedijk, en de Mosterdweg naar de Jaagkade te zijn. Met mooie vennetjes in de bochten. En in het buurtschap Aagtdorp loopt 'misschien wel' - ik citeer nu de Duinstreek, 'het mooiste stukje fietspad van Nederland' dat dan ook nog zo'n leuke naam heeft: het Eenmanspad.
Het centrum verdient wat bebouwing betreft absoluut geen schoonheidsprijs maar wel hebben we daar een waterval van zand, het Klimduin geheten, en ook wat dat betreft zijn we uniek. Ik heb er zelfs wel eens een foto van gezien die in een Japanse krant had gestaan.

Zelf ben ik zo gelukkig woonachtig te zijn in het uiterste stukje Schoorl, - ik noem dat graag 'op het nippertje van Nederland'. Toen ik er pas was komen wonen - dat is nu 23 jaar geleden -, stond ik geregeld stil om om me heen te kijken. 'Drinken met de ogen' noem ik dat en dan prevelde ik zachtjes voor me uit: 'Lieve heer, geeft dat ik hieraan nooit gewend zal raken, dat ik dit altijd mooi zal blijven vinden.' Een beetje stout want eigenlijk mag ik als dochter van een dominee niet zo amicaal met de Here God omgaan en zo'n 'schietgebedje' is uiteraard ook veel te rooms. Maar ja, wat moet je als gewone woorden tekort schieten. En daarbij, mijn wens werd vervuld want nog steeds vind ik het daar overal waar ik kijk, prachtig mooi.
Die bushalte Hondsbossche Zeeweg bijvoorbeeld: volgens mij de mooiste bushalte van ons land. Sinds kort ook nog opgepimpt tot een winddichte abri waar je kunt gaan zitten als het je allemaal te veel wordt. In de rug ben je dan gedekt door het duin en je hoort en ruikt er de zee. Vóór je zie je de schotel van het boerenland met de dijk als opstaande rand en daarbovenuitstekend momenteel ook nog die ruige, levendig bewegende boog van de zandspuit. Net een kattenstaart...
Het is een plek waar je eigenlijk niet vandaan wilt, maar ja, het is een bushalte en de bus hoort erbij. Die zie je dan van heel ver uit een onduidelijk plukje daken en bosschages tevoorschijn komen, vooralsnog niet meer dan een centimeter lang. Als een groter groeiende Dinkytoy kruipt hij naderbij, door dat mooie polderland, langs een veld dat wit ziet van de meeuwen en verder grazende koeien en schapen en voor de sier ook nog wat paarden.
Al met al duurt het wel drie minuten en duikt hij na een paar haakse bochten nog even weg in de rotonde, maar daar is hij dan. Tegen de mensen die ik wegbreng zeg ik altijd dat ze aan de kant van de chauffeur moeten gaan zitten want dan krijg je als toegift ook nog aan het NHollands kanaal de meest eigenzinnige rij huisjes opgediend.

'Alles van waarde is weerloos' we weten allemaal wie dat ooit gezegd heeft. Schoonheid is van waarde, van onschatbare waarde. Al weet ik tegenwoordig vaak niet wat ik er mee aan moet. Schoonheid schijnt namelijk steeds goedkoper te worden. Terwijl ik aan de ene kant altijd graag mijn ervaringen, zoals die bij de bushalte, wil delen, 'Mooi hè'? wil zeggen tegen wie het maar horen wil, een wildvreemde wandelaar in het voorbijgaan wil aanstoten van: 'Kijk eens, wat prachtig!' wil ik aan de andere kant die schoonheidservaringen het liefst voor mezelf houden en voor wie me lief en dierbaar is.
En tot nu toe kon dat makkelijk want als ik in stadse kringen vertel waar ik woon dan moet ik dat uitgebreid toelichten. Mijn postadres mag dan Schoorl zijn, wie bij me wil komen moet daar juist langsheen en daarna ook nog door Groet heen. Dan heb je de Slapersdijk, - ook al zo uniek - , en daar verdicht zich het licht en voor fietsers gaat het daar meestal ook waaien.
Het Hargergat, een brede sloot, bijgenaamd 'een Waterparel van Formaat' leidt naar een bosrand waar je een sprookjeshuisje kunt zien liggen. De verzameling smurvenhutten in de bocht mag best lelijk worden genoemd maar je bent er zo voorbij. Aan de linkerkant vind je dan het ruige duin; de afslag Munnikenweg wordt meestal gemist maar geen nood, wie eenmaal omgekeerd is en uitgestapt om zich heen gaat kijken wordt helemaal blij. Wat een verrassing. Nooit geweten! Wat uniek! En zo vlakbij de Randstad!
En dan doemt voor mij het dilemma al op. Voor de grap vraag ik of ze het niet verder willen vertellen want je vreest de horden en drommen die er dan op af zouden komen. En die het dan misschien minder mooi zouden vinden dan ik en van alles willen veranderen. Aanpassen aan hun eigen smaak en behoefte. Dan zit je op het terras van Struin en dan hoor je je buurman bellen: 'Waar ben je??? Ik zit in Camperduin! Het is hier fantastisch! Waarom kom je niet hier naar toe?'
Delen is het toverwoord van het internetverkeer; zodra je iets 'like't word je aangespoord het te delen. Maar alles wat je met anderen deelt wordt vanzelf minder. Ik gun mijn medemensen alle vormen van genot maar paradoxaal genoeg wil ik er zelf in stilte en op mijn eigen manier van kunnen genieten.

In het kader van de schone kunsten haal ik nu de muziek erbij. Bij de popmuziek horen festivals en daar is de massa nu eenmaal bij inbegrepen en draagt bij aan het plezier. Maar wat klassiek betreft: steeds vaker komt het voor dat je zelf iets heel erg mooi vindt, je hoorde het toevallig op de radio en muziek die je bij toeval hoort zal vaak veel meer indruk maken dan wanneer je een CD opzet of op een bepaald programma afstemt.
Welnu: je vindt dat wat je hoort zo mooi dat je het vaker wilt beluisteren. En je had het nooit eerder gehoord, dus je noteert bij de afmelding wie of wat je zo geraakt heeft en je gaat het in huis halen om er privé van te kunnen genieten, zo vaak als je wilt. Waarbij je de illusie hebt dat je de enige bent. 'Moet je horen!' zeg je tegen wie je lief en dierbaar is, 'wat ik nou ontdekt heb!'
Zo verging het mij om maar eens iemand te noemen, met Arvo Pärt. Ik had hem al meer dan tien jaar geleden ontdekt en dacht dat ik ongeveer de enige fan van hem was. Dat deze tijdgenoot zulke serene, ja bijna hemelse muziek kon schrijven! De Bach van deze tijd, dacht ik met dat verschil dat Bach niet zoals wij dag in dag uit via de media met allerlei soorten van ellende geconfronteerd werd. Ik koesterde hem als een intieme vriend en dacht hem helemaal voor mezelf te hebben.
Nu ligt hij voor 2,99 te koop bij Blokker; de MattheusPassie, 2 CD's, kost daar geloof ik nog geen 5 € en de oorspronkelijk aan fijnproevers voorbehouden muziek van Simeon ten Holt ligt er ook te grabbel. Ik bedoel maar...
En natuurlijk: je moet een ander ook wat gunnen. De hogere cultuur toegankelijk maken voor het brede publiek: dat is de boodschap van vandaag. Dus kun je de hele dag door op Radio 4 klassiek horen, liefst Light met gekwebbel er doorheen, Altijd dezelfde overbekende deuntjes of fragmenten daarvan want stel je voor dat de luisteraar zich verveelt.

Wat literatuur betreft: bestsellers lees ik al lang niet meer want die zijn in praatprogramma's, interviews en recensies al zo uitgebreid besproken dat ik ze niet meer hoef. Ze kunnen me geen verrassing meer bieden; ik hoef ze aan niemand nog aan te raden. En van schilderijen geniet ik liever thuis, goed afgedrukt in een kunstboek of een tentoonstellingscatalogus, dan dat ik me moet indringen tussen de drommen en horden die er ook op af zijn gekomen.

Met onze eetcultuur gaat het net zo. De exotische keuken ligt bij Appie. Die half verfrommelde afgeplatte, wollige vruchten waar je nauwelijks aan durfde te beginnen, 'wilde perziken' - bleken best mee te vallen. Een aanradertje dus en nu liggen zet in plastic verpakt bij tientallen tegelijk in de schappen.

En dat is dus ook mijn dilemma wat Camperduin betreft. Het buurtschap zal weldra zijn onschuld kwijt raken. Van een kustplaatsje, zonder kroeg, kerk, of supermarkt moet het nu een badplaats worden, met een 'kustbeleving op het nieuwe strand' hetgeen inhoudt, - ik citeer nu - 'een jaar rond strandpaviljoen, slaapstrandhuisjes en appartementen, een strandbus, een fietsenstalling en nog een fietsenstalling, een recreatiehal en een manege, wandel- fiets- en ruiterpaden, vogelobservatiepunten en tenslotte ook nog een kunstwerk op het pleintje. Plus natuurlijk die lagune: leuk voor de kinderen. En dit alles dan in het kader van het toegankelijk maken van de natuur, voor een breed publiek. Tenminste, dat neem ik aan.

Alles van waarde is weerloos. Ook schoonheid kan zich niet verdedigen, de natuur evenmin. En of de natuur van al die belangstelling slijten zal en of dat dan erg is? Of we daartegen moeten zijn? Zelf ben ik, als oorlogskind, niet zo gauw ergens tegen. Ik heb al agressie genoeg meegemaakt in mijn leven. Laat maar gaan, denk ik dan. De mens is ook onderdeel van de natuur. De mens doet soms domme dingen maar de natuur doet dat ook. Tegen het domme over de dijk van de stromen van de zee worden nu dus maatregelen genomen. Zandspuiten: er zijn mensen die dat een dom idee vinden en zeggen dat het: binnen vier jaar weer is weggewaaid, dat zand. De tijd zal het leren.

De oorspronkelijke schoonheid van Schoorl zal er niet of nauwelijks onder lijden. De zee blijft wijd voor ons open liggen, de duinen veranderen voortdurend maar blijven duin. De polder geeft onze ogen voorlopig nog steeds voldoende de kost, het water van de Putten blijft blikkeren en na de verre kleurenvakken van de bollenvelden zal in elk voorjaar het geel van de boterbloemen weer smaakvol afsteken tegen een rode streep van zuring. De elegantie van de windmolens, - ja, dat is weer zoiets waar ik tegen zou moeten zijn maar tegen iets zijn dat onvermijdelijk is dat lukt me nu eenmaal niet. Aan de horizon, in zee, staan ze opgesteld als een rei van edelingen. Onze zonsondergang zal altijd een publiekstrekkertje blijven. 'Woltest du das zum Ende aussehen? Hoorde ik een Duitser vragen aan zijn vrouw. Ja, dat wou ze. Dat wil ik ook.

En nu, bij deze gelegenheid, ga ik terugkomen op alles wat ik zonet heb beweerd. Want naast de schoonheid van Schoorl hebben we, alsof het nog niet mooi genoeg hier, nu ook nog de schone kunsten. En voor deze gelegenheid zou ik zeggen: laat het maar komen, het brede publiek. Drie dagen lang te genieten van wat SchoK ons, op bezielende wijze georganiseerd door Jaap Borgers, ons te bieden heeft. 125 kunstenaars op 24 lokaties langs de wegen, in boerderijen en schuren, in schattige kleine huisjes of in het water: het kan niet op. Ga er maar naar toe, kom kijken en luisteren, in drommen en in horden. Voor elk wat wils: 'Kijk eens wat prachtig!'


~Mischa de Vreede, Schoorl, 12 Juni 2014